Toverij en hekserij

Wat met toverij en hekserij?

Telkens wanneer de Bijbel spreekt over toverij is het in een negatieve zin. Het wordt sterk veroordeeld en verboden door God. Toch zijn er veel mensen die zich laten misleiden door dit werktuig van satan. Velen raadplegen de sterren, mediums, astrologen, waarzeggers, enz. Toveren is door een geheime kracht iets bovennatuurlijks tot stand brengen. Heksen zijn zij die zich bezig houden met toverij. Denk eens aan de vele toekomstvoorspellers in de kranten, dagbladen en op tv, denk aan de paranormale beurzen, denk aan de horoscopen en de medicijndokters, denk aan de vele series en films op tv zoals Harry Potter, Charmed, Sabrina de tienerheks, … en de vele tekenfilms waar magie als normaal en aanvaardbaar wordt voorgesteld, denk aan de kinderen die in deze voorstellingen worden geleerd geesten te raadplegen door ouija-borden en allerhande spirituele rituelen. 
 
Toverij onder het oude verbond
In het Oude Testament staat er duidelijk dat de mensen geen oren mogen hebben naar toverijen en waarzeggers (Micha 5:11), want in het nieuwe geestelijke rijk (vgl. Joh 18:36; Fil 3:20) zou God alle toverijen uitroeien en de burgers van dat rijk zouden geen waarzeggers meer hebben. God Zelf zou elk gezicht gegeven aan Israel in het oude verbond in vervulling doen gaan (vgl. Ez. 12:21-28; 13:23). 
 
Hoe moeten we onder het nieuwe verbond omgaan met toverij? 
Gods richtlijnen over toverij: 'Wanneer gij gekomen zijt in het land dat de Here, uw God, u geven zal, dan zult gij niet leren doen naar de gruwelen van die volken. Onder u zal er niemand worden aangetroffen, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet gaan, die waarzeggerij pleegt, geen wichelaar, uitlegger van voortekenen, of tovenaar, geen bezweerder, niemand, die de geest van een dode of een waarzeggende geest ondervraagt of die de doden raadpleegt. Want ieder die deze dingen doet, is de Here een gruwel, en ter wille van deze gruwelen drijft de Here, uw God, hen voor u weg', Deut. 18:9-12. God gebood Israël om zich volkomen rein te houden van de praktijken van de goddeloze volken, want het was juist om die praktijken waarvoor God deze volken veroordeelde. Het was een gruwel in Gods ogen. Hekserij werd gebruikt om Gods wil tegen te staan (vgl. Ex. 7:8-13), opdat men zich niet aan God zou onderwerpen en om mensen te misleiden om de boze te gaan dienen (vgl. Jer. 27:9-10). Daarom dat God Israël gebood: 'Een tovenares zult gij niet in leven laten', Ex. 22:18. Toverij werd beoefend door hen die God tegenstaan en de vrede Gods kan niet zijn waar toverijen voortduren (2 Kon. 9:22). Manasse, de koning van Jeruzalem deed wat kwaad is in de ogen van God (2 Kron. 33:1-2), 'Ja, hij deed zijn zonen door het vuur gaan in het dal Ben-hinnom en liet zich in met toekomstvoorspellingen, waarzeggerij en toverij, en stelde bezweerders van doden en van geesten aan. Hij deed veel, dat kwaad is in de ogen des Heren en krenkte Hem daardoor', 2 Kron. 33:6. Door dit grote kwaad week de zegen van de Here van het volk en werden ze veroverd, maar omdat hij zich voor God verootmoedigde, liet God Zich door hem verbidden en herstelde zijn koningschap (2 Kron. 33:10-13). Waarzeggers, dromenuitleggers, toekomstvoorspellers en tovenaars profeteren leugens (Jer. 27:9-10), ze waren niet in staat Israël te redden (Jes. 47:11-15). De geleerden en wijzen van farao waren niet in staat de droom uit te leggen (Gen. 41:1-16), terecht zei Jozef over deze dromen 'zijn de uitleggingen niet Gods zaak?' Gen. 40:8. God heeft door de tijd heen tot de mensen gesproken in dromen, waarvan Hij Zelf ook in de uitleg voorziet en niet de mens, zoals Jozef bevestigt dat niet hij maar 'God Farao’s welzijn zal verkondigen' Gen. 41:16. Deze dromen hadden tot nut om bekend te maken wat God zou gaan doen (Gen. 41:28; vgl. Dan. 2:1-23). Maar Israël was niet tevreden met enkel datgene wat God openbaarde en spotte ermee dat sommige gezichten niet werden vervuld, en daarom raadpleegden ze buiten God om mediums (Jes. 8:19). Maar Gods antwoord daarop was duidelijk: 'Ik zal tot u ten gerichte naderen; Ik zal een snelle aanklager zijn tegen de tovenaars, tegen …, maar Mij niet vrezen, zegt de Here der heerscharen', Mal. 3:5. Denk aan Saul in 1 Sam. 28, de Here was van Saul geweken en was zijn vijand geworden omdat Saul Hem niet had gehoorzaamd (28:16). 'En Saul vroeg de Here, maar de Here antwoordde hem niet, noch door dromen noch door de Urim noch door de profeten', 1 Sam. 28:6. Saul zondigde omdat hij gedreven door angst (28:5) op zoek ging naar een vrouw die de geesten van de doden kon bezweren (28:7) om toch maar een Woord van de Here te krijgen. Wanneer echter de Messias met Zijn vrederijk zou komen (Micha 5:1-2; Matt. 2:6), zou Gods volk geen verlangen meer hoeven te hebben naar toverij.
Wat als ik een tovenaar ben of mij heb ingelaten met toverij? 
Simon uit Samaria hield zich bezig met toverij (Hand. 8:9), en de mensen 'hielden zich aan hem, omdat hij reeds lange tijd hen door toverijen verbijsterd had', Hand. 8:11. Hier was een man die toverij beoefende, maar de Samaritanen en ook Simon de tovenaar 'schonken geloof aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, en zij lieten zich dopen, zowel mannen als vrouwen'. De boodschap van het evangelie is dat 'in Jezus' naam bekering tot vergeving der zonden aan alle volken moest gepredikt worden', Luk. 24:47 (vgl. Hand. 2:38). Er is hoop voor hen die gewillig zijn zich te bekeren van hun zonden. Wel, toen Simon het evangelie hoorde, bekeerde hij zich en liet hij zich dopen (Hand. 8:13) om de vergeving van al zijn zonden, waaronder zijn toverijen, te ontvangen. Dus wanneer iemand zich als verloren zondaar van deze dingen bekeert en zich laat dopen, dan is vergeving mogelijk. Zo zien we ook in het voorbeeld van de Efeziërs waar 'velen van hen, die gelovig geworden waren, hun schuld kwamen belijden en uitspreken wat zij bedreven hadden. En enigen van degenen, die toverkunsten hadden uitgeoefend, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van allen. En men berekende de waarde ervan en stelde die vast op vijftigduizend zilverstukken', Hand. 19:18-19. Het mag duidelijk zijn dat er geen plaats is voor deze duistere praktijken bij hen die met God wandelen. Ben je gedoopt door onderdompeling, en heb je jezelf daarna ingelaten met deze goddeloze praktijken, dan is het belangrijk dat je je bekeert, je zonden belijdt en God om vergeving vraagt, want 'indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid', 1 Joh.1:9 (vgl. Hand. 8:18-24). Zoals Johannes verder ook zegt: 'Wij weten, dat eenieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem', 1 Joh. 5:18. Zij die uit God geboren zijn, blijven niet in de zonde wandelen, zij zullen de zonde afleggen! Het bloed van Christus kan een mens vrijmaken van alle ongerechtigheid, opdat de boze geen vat meer op hem heeft zoals ook Johannes zegt: 'Wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou', 1 Joh. 3:8. Wanneer een christen zich met magie e.d. inlaat dan is zijn leven een open deur voor satan (vgl. Matt. 12:42-45) en als hij zich niet bekeert dan 'wordt het met die mens in het einde erger dan in het begin'. 
 
Tovenaars misleiden zeer velen tot afgoderij en ongeloof en staan Gods werk tegen, zoals Elymas de tovenaar, die zich verzette tegen hen die het Woord Gods brachten, want hij 'trachtte de landvoogd van het geloof afkerig te maken', Hand. 13:8. Paulus zei hem: 'Zoon des duivels, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden de rechte wegen des Heren te verdraaien?' Hand. 13:10. Tovenaars en hen die zich daarmee inlaten zijn zonen van de duivel en zijn vijanden van Gods gerechtigheid, hun handel is erop gericht om de rechte weg van de Here te verdraaien. Toverij is niet zomaar een verzinsel van mensen, het is een realiteit dat de boze werkzaam is op deze wereld (vgl. Ef 6:11-12). Het einde van tovenaars, waarzeggers, astrologen, verklaarders van dromen en hen die zich daarmee inlaten is 'de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood', Openb. 21:8. 
Paulus spreekt over 'de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen, maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken', Rom. 16:25-26. God heeft Zijn evangelie bekendgemaakt en in de Heilige Schriften vastgelegd om de gehoorzaamheid van het geloof te bewerken. In dat evangelie vinden we terug, zoals voorspeld door de profeet Micha en Ezechiël, dat beoefenaars van toverij het Koninkrijk Gods niet zullen beërven (Gal. 5:19-21), zij kunnen geen burger van het rijk in de hemelen worden zoals de eerste christenen dat waren (Fil. 3:20). 
 
Reageren of je hart luchten?
Heb je een (persoonlijke) vraag of zou je graag eens je hart luchten? Je mag ons bellen, maar je kunt ons ook mailen. Binnen enkele dagen zal een medewerker van onze afdeling Nazorg op je reageren. Het spreekt vanzelf, dat je bericht vertrouwelijk behandeld wordt.