Rouw en verdriet

Rouw en verdriet. Het lijkt iets te zijn wat we of massaal beleven zonder veel diepgang, of wat de rouwende zelf maar uit moet vechten. Want we vinden het maar moeilijk om met verdriet om te gaan. Wat moet je zeggen tegen iemand van wie net haar man is overleden? Of tegen een echtpaar dat net zijn doodgeboren baby naar het graf droeg? ‘Ze sluiten zichzelf immers ook maar op’, zo wordt gereageerd.

Maar wat moet een rouwende ook met die goedbedoelde adviezen van troosters als: ‘De tijd heelt alle wonden’; ‘Je bent nog jong.’ Of: ‘Denk eens aan de tante van de vriendin van mijn buurvrouw. Die heeft het pas moeilijk!’ of: “t Is ook maar beter zo, nu hoeft ze niet meer te lijden.’
Soms lijkt het of mensen geen verdriet meer mogen hebben. Want hoewel we in een gebroken wereld leven, doen we er alles aan om lijden en verdriet zoveel mogelijk te beperken. Verdriet is maar lastig en we worden er verlegen van. Wat moet je ook, als iemand in tranen uitbarst? Dus bedenken we overal een antwoord of oplossing voor. Terwijl dat er lang niet altijd is. ‘Mensen luisteren niet en praten des te meer,’ is een veel gehoorde klacht.
De andere kant is dat troosters het idee kunnen krijgen dat ze het nooit goed doen. Want wil de ene rouwende juist wel bij een ander uitgenodigd worden voor wat afleiding, de ander wil dat niet, want dan is hij of zij weg uit de vertrouwde omgeving. 
Toch is er wel een aantal richtlijnen die zowel rouwenden als troosters tot zich kunnen nemen.
 
Rouwen is verlies verwerken. Of het nu gaat om verlies door de dood van een geliefde of andere verlieservaringen, de reacties zijn vaak in meerdere of mindere mate hetzelfde. 
Marleen Ramaker geeft in haar boekje Je levensweg hervinden (uitgeverij Plateau) een aantal situaties weer, waarin mensen lijden en rouw beleven. Zo noemt ze verlies door de dood, een ongeluk of werkloosheid, maar ook een scheiding, een gehandicapt kind, kinderloosheid of chronisch ziekzijn.
 
Doolhof
Vaak wordt gesproken over een rouwproces. Dat impliceert dat rouw iets tijdelijks is en iets is dat afgesloten kan worden. Terwijl verdriet voor betrokkenen wellicht hun hele leven meegaat, zij het niet in steeds dezelfde mate. Het wordt als het ware een deel van je leven. Hans Groeneboer, directeur van de interkerkelijke hulpverleningsorganisatie Stichting Koinonia, en auteur van het boek Leven of overleven, leren omgaan met verlies en rouw, merkt op: 'Rouw gaat je leven lang mee, alleen de vorm verandert.' 
Ook diverse onderzoekers gebruiken de term rouwverwerking en koppelen daar dan meteen diverse fases of stadia aan. Zo zou een rouwende diverse stadia doorlopen in de rouwverwerking van shock en ontkenning, boosheid, depressie en isolement, tot onderhandelen en aanvaarding. 
Sommigen stellen dat deze fasen in volgorde doorlopen worden, maar prof. W. ter Horst bijvoorbeeld geeft in zijn boek Over troosten en verdriet (Uitgeverij Kok) aan dat de periode van rouw is als een doolhof: ‘Men weet er de weg niet. De uitgang is moeilijk te vinden en vaak komt men terug op plaatsen waar men al eerder is geweest.’
 
Golfbewegingen
Daarom is ook zo moeilijk aan te geven hoelang een rouwproces duurt. Het is niet zo dat bepaalde stadia doorlopen moeten worden en dat je er dan ‘bent’. Verdriet kan in golfbewegingen terugkomen, hoewel betrokkenen wel aangeven dat die golven minder hoog worden, naarmate de tijd verstrijkt. Desalniettemin is de duur van rouw per persoon verschillend. Daarbij kan het uitmaken of iemand plotseling geconfronteerd wordt met de dood van een geliefde of dat men als het ware toeleefde naar iemands sterven. En, kan de rouwende zijn of haar gevoelens kwijt aan anderen of rouwt hij of zij in stilte? 
Wanneer omstanders de opmerking maken dat het nu toch wel eens over moet zijn, komt dat volgens Groeneboer voort uit onmacht. 'Daarmee zeg je eigenlijk: ‘Ik weet niet hoe ik met jouw verdriet om moet gaan.’ 
Maar het kan ook voorkomen dat mensen blijven steken in het rouwproces. Anderen kunnen dan misschien denken dat hij of zij zelfmedelijden heeft, maar ik zie het meer als het niet los kunnen komen van het verdriet. En dan is de vraag: ‘Waaróm kan hij of zij het niet loslaten?’ Om die vraag te beantwoorden, heb je vaak begeleiding nodig.'
In andere literatuur wordt gesproken van rouwtaken. Zo moet een rouwende de werkelijkheid van het verlies aanvaarden en de pijn bij het verlies ervaren, maar zich ook aanpassen aan de omgeving zonder de overledene, en de overledene een nieuwe plaats geven en opnieuw leren houden van het leven.
Balans
Toch is ook het rouwproces van niemand hetzelfde. Iedereen is anders en zal op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo omgaan met verdriet. Daarom rouwt een man anders dan zijn vrouw, een vader anders dan zijn kind en een vriendin anders dan een andere vriendin. Het is daarom goed oog te hebben voor elkaars emoties en deze te respecteren. Als rouwenden met elkaar praten over de eigen gedachten, persoonlijke emoties en elkaar de ruimte geven om er op een eigen manier mee om te gaan, kan dat veel wederzijds onbegrip voorkomen. Hans Groeneboer voegt daaraan toe: 'Mannen zijn meer op de functie van het rouwen gericht, terwijl vrouwen hun emoties blijven delen. Je ziet dan ook vaak dat een man wil dat zijn vrouw net zoals hij rouwt, maar de vrouw wil dat hij net als zij rouwt. 
Anders rouwen is niet hetzelfde als er niet mee bezig zijn. Als de een er niet over praat, wil dat niet zeggen dat hij of zij er dus niet mee bezig is. Integendeel. Maar het is wel zaak om elkaars rouwrituelen te begrijpen en in balans te houden.'
 
Is er nog plaats voor rouw en verdriet in een samenleving die steeds maakbaarder wordt? Mogen we nog rouwen om iemand die er niet (meer) is? Of moeten we er een ander niet mee lastig vallen? In de Bijbel gaat het ook over mensen die verdriet kennen. Jezus Zelf huilde bij het graf van Lazarus. Ook in de Bergrede (Matth. 5) wordt ‘zij die treuren’ troost beloofd. Maar de Bijbel roept tegelijk op om te zien naar weduwen en wezen. Niet zelden is juist het geloof in Jezus een troost voor rouwenden; Zijn kracht en nabijheid gaan gevoel en verstand te boven.
 
Reageren of je hart luchten?
Heb je een (persoonlijke) vraag of zou je graag eens je hart luchten? Je mag ons bellen, maar Je kunt ons ook mailen. Binnen enkele dagen zal een medewerker van onze afdeling Nazorg op je reageren. Het spreekt vanzelf, dat je bericht vertrouwelijk behandeld wordt.