Paniekstoornis

Paniekstoornis 
Mensen met een paniekstoornis hebben herhaalde en onverwachte aanvallen. Plotseling worden ze erg bang. Ook hun lichaam reageert hierop: het hart gaan sneller kloppen en ze krijgen weinig adem. Dit gevoel is te vergelijken met een hartaanval.
Normaal
Iedereen is wel eens een keer heel erg bang. Als iemand je laat schrikken in het donker bijvoorbeeld. Je lichaam reageert dan ook 
 
Afwijkend
Mensen met een paniekstoornis zijn heel vaak angstig en hebben ook steeds zulke heftige schrikreacties, vaak ook zonder directe oorzaak. Ze hebben hier zelf geen controle over.
 
De paniekstoornis is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de angststoornissen.
 
Vroeger werd het verward met hyperventilatie. Het belangrijkste kenmerk van de stoornis is het regelmatig optreden van paniekaanvallen. Iedereen kan in paniek raken in een (levens)gevaarlijke situatie, maar bij de paniekstoornis is de paniek pathologisch en niet in verhouding tot de omstandigheden. Indien de paniek herhaaldelijk optreedt door confrontatie met een (specifiek) object of situatie, kan sprake zijn van een andere psychische aandoening, bijvoorbeeld PTSS of een fobie.
 
Paniek is een korte, maar zeer sterke vorm van angst die zowel lichamelijke als psychische gevolgen heeft. De persoon heeft tijdens een aanval een verhoogd hartritme, transpireert, heeft ademhalingsproblemen, kan misselijk of duizelig worden en heeft soms koude rillingen. Psychisch ervaart de persoon angst om dood te gaan of lichamelijk letsel op te lopen, heeft een verdoofd gevoel en ervaart derealisatie of depersonalisatie.
In veel gevallen komt het voor dat de persoon ook een angst ontwikkelt om een paniekaanval te krijgen. Hij zal in dit geval alle situaties mijden die dit risico met zich meedragen. Dit wordt agorafobie of pleinvrees genoemd. Het DSM-IV onderscheidt de paniekstoornis met en zonder agorafobie als twee afzonderlijke aandoeningen. Het handboek vermeldt ook agorafobie zonder historie van de paniekstoornis (dus agorafobie zonder paniekaanvallen).
 
Het DSM-IV geeft de volgende criteria voor de paniekstoornis met agorafobie:
 
A. Zowel (1) als (2) zijn van toepassing:
 
1. Herhaalde onverwachte paniekaanvallen.
2. Minimaal één van de aanvallen is gevolgd door minstens één maand met minstens één van de volgende criteria:
 
1. Aanhoudende zorg over nieuwe aanvallen.
2. Zorg over implicaties of gevolgen van de aanval (bijvoorbeeld de macht over zichzelf verliezen, een hartaanval krijgen, gek worden).
3. Een duidelijke verandering in gedrag in relatie tot de aanvallen.
 
B. Het optreden van agorafobie
C. De paniekaanvallen zijn niet het gevolg van een somatische aandoening of van het innemen van een substantie (bijvoorbeeld drugs of medicijnen).
D. De paniekaanvallen zijn niet uitsluitend het gevolg van een andere psychische aandoening, bijvoorbeeld de sociale fobie (bijvoorbeeld blootstelling aan gevreesde sociale situaties), specifieke fobie (bijvoorbeeld blootstelling aan een specifiek fobische situatie), obsessieve-compulsieve stoornis (bijvoorbeeld blootstelling aan vuil van iemand met smetvrees), posttraumatische stressstoornis (bijvoorbeeld als gevolg van prikkels die gekoppeld zijn aan een ernstige stressfactor) of separatieangst (bijvoorbeeld als reactie op het verlaten van huis of gezinsleden).
 
Voor de paniekstoornis zonder agorafobie gelden de volgende criteria:
 
A. Zowel (1) als (2) zijn van toepassing:
1. Herhaalde onverwachte paniekaanvallen.
2. Minimaal één van de aanvallen is gevolgd door minstens één maand met minstens één van de volgende criteria:
 
1. Aanhoudende zorg over nieuwe aanvallen.
2. Zorg over implicaties of gevolgen van de aanval (bijvoorbeeld de macht over zichzelf verliezen, een hartaanval krijgen, gek worden).
3.Een duidelijke verandering in gedrag in relatie tot de aanvallen.
 
B. Afwezigheid van agorafobie
C. De paniekaanvallen zijn niet het gevolg van het innemen van een substantie (bijvoorbeeld drugs of medicijnen) of een somatische aandoening.
D. De paniekaanvallen zijn niet uitsluitend het gevolg van een andere psychische aandoening, bijvoorbeeld de sociale fobie (bijvoorbeeld blootstelling aan gevreesde sociale situaties), specifieke fobie (bijvoorbeeld blootstelling aan een specifiek fobische situatie), obsessieve-compulsieve stoornis (bijvoorbeeld blootstelling aan vuil van iemand met smetvrees), posttraumatische stressstoornis (bijvoorbeeld als gevolg van prikkels die gekoppeld zijn aan een ernstige stressfactor) of separatieangst (bijvoorbeeld als reactie op het verlaten van huis of gezinsleden).
 
Oorzaak
De oorzaak van de paniekstoornis is een combinatie van biologische factoren (erfelijkheid; somatische stoornissen, zoals een mitraalklepprolaps of een afwijking van de schildklier) en psychische gebeurtenissen (life events).
 
Angst en paniek
Door de wisselende stemmingen van mijn vader was het thuis niet altijd gezellig. Daar ben ik door beschadigd. Het ging niet goed met me en ik kreeg de diagnose paniekstoornis/trauma. Dat uit zich vooral sterk op sociaal gebied. Kleine dingen, zoals ergens op de fiets naar toe of boodschappen doen, vind ik soms eng. Ook eet ik liever niet buiten de deur. Dat is lastig en belemmert mij soms.
 
God zorgt
Maar ondanks dit alles heb ik Gods aanwezigheid altijd ervaren. Mijn vader heeft in vijf jaar tijd slechts drie maanden in de ziektewet gezeten. God zorgde steeds weer voor een nieuwe baan als dat nodig was. En dat in deze crisistijd! Ook zat er een keer een envelop met geld in de brievenbus. Zonder afzender en niemand heeft iets gezien. Het heeft het ons aan nooit aan iets noodzakelijks ontbroken. 
 
Reageren of je hart luchten?
Heb je een (persoonlijke) vraag of zou je graag eens je hart luchten? Je mag ons bellen, maar je kunt ons ook mailen. Binnen enkele dagen zal een medewerker van onze afdeling Nazorg op je reageren. Het spreekt vanzelf, dat je bericht vertrouwelijk behandeld wordt.